Te hard rijden is een gewoonte

En zoals elke gewoonte is ook deze lastig af te leren. Toen ik net m’n rijbewijs had, was ik er stellig in dat ik geen asorijder zou worden en dat ik me overal netjes aan de verkeersregels zal houden. Een tijdje later, wanneer je meer vertrouwen krijgt in je controle over je voertuig en jezelf zekerder door het verkeer begeeft, beginnen de eerste kleine stunts. Een gedraging die uiteindelijk resulteert in consequent te hard rijden. Het is me gelukt om die gewoonte af te leren en ik wil eens delen welke aanpak niet lukte en hoe ik uiteindelijk wel ben geslaagd.

Mijn eerste aanpak was gericht op de ratio. Ik vind mezelf een rationeel mens, dus ik had verwacht dat ik met voldoende argumenten mezelf wist te overtuigen dat mijn gedrag niet het gewenste gedrag is en dat het moest veranderen. Er zijn voldoende rationele argumenten te bedenken. Vooropstaand is jezelf houden aan de maximumsnelheid een stukje waarborging van de veiligheid. Niet alleen veiligheid voor jezelf, maar ook voor andere weggebruikers.

Daarnaast wist ik mezelf ervan te overtuigen dat een hogere snelheid een hoger brandstofverbruik tot gevolg heeft en autorijden dus duurder is. De onderzoeker in mij bracht mij overigens tot het bijhouden van de kilometerprijs bij verschillende rijstijlen, waarna ik moest concluderen dat het effect van rijstijl op het specifieke model auto waar ik mee reed te verwaarlozen bleek. En dus reed ik rustig met 150 km/h op de teller vanaf Nijmegen over de A15, door naar de A2 richting Amsterdam. En ja, die bocht is met 150 km/h goed te doen.

Als we dan toch de financiële kant bekijken: er is nog een andere reden waarom te hard rijden financieel nadelig kan zijn: de kans om geflitst te worden en daarmee het risico op het betalen van een boete. Twee keer heb ik moeten betalen. In beide gevallen (slechts) 10 km/h te hard, dus na correctie voor 7 km/h beboet. Dat is niet leuk, dat is zonde van het geld, ik mag enkel van geluk spreken dat ik er niet meer heb gehad. Die boetes blijken niet heel effectief als preventie, wat ook te merken valt aan het feit dat er nog continu mensen te hard rijden.

Hoe ontstaat de gewoonte?

Naast de genoemde redenen wist ik er nog meer te bedenken, maar het leek niet te helpen. Ondanks mijn vastberadenheid om mijn gedrag te veranderen, bleef ik te hard rijden. Ik ben eens gaan nadenken hoe deze gewoonte is ontstaan. Het is namelijk niet zo dat je van de een op de andere dag ineens besluit dat je 110 km/h gaat rijden op een provinciale weg.

Een van de dingen die ik me kan herinneren van de begintijd van het te hard rijden was het besef dat kilometertellers bijna altijd naar beneden zijn geijkt. Dat betekent bijvoorbeeld dat wanneer je 120 km/h op de teller hebt staan, je eigenlijk maar 115 km/h rijdt. Na een aantal keer met een navigatiesysteem te hebben gereden wist ik dat ongeveer 125 km/h op mijn teller op de TomTom 120 km/h liet zien. Dit was het punt waar mijn eerste paar kilometers boven de maximumsnelheid begonnen. Het wordt een gewoonte om de naald aan de bovenkant van de streep te houden en, bij hogere snelheden, een paar km/h erboven.

Hoewel je op dat moment in de werkelijkheid nog binnen de lijntjes kleurt, ben je op je (blijkbaar afwijkende) meetinstrument over een grens heen. En daarmee een psychologische grens. Omdat ik bovendien wist dat er nog een correctie afging en snelheidsovertredingen onder een bepaalde limiet niet beboet werden, werd het een gewoonte om op de snelweg 130 km/h te gaan rijden. Dat heb ik een aantal maanden volgehouden.

En volledig onbewust duikt een andere gewoonte hierbij op: je gaat jezelf op die 130 km/h richten, maar wel met de naald aan de bovenkant van het streepje. Vanaf een van deze gebeurtenissen weet je gewoon dat je fout zit en dat je buiten de lijntjes kleurt, maar het is een gewoonte geworden. En het is hier waar ik ook een wijze les over mezelf (en wellicht de mens in het algemeen) heb geleerd: als je helemaal wakker en helder bent, heb je voldoende wilskracht om die naald onder de lijn te houden, maar ’s avonds waar de eerste tekenen van moeheid optreden verslapt die wilskracht en gaat het pedaal omlaag en de naald omhoog. En door gewenning gaat de grens alleen maar hoger.

De eerste stok achter de deur

Hoewel ik ’s avonds nog wel kon doortrappen op de provinciale weg, was ik overdag wel eens bezig met bedenken waarom ik dat deed en vooral wat ik er tegen kon doen. Ratio hielp mij niet te voorkomen dat ik dit gedrag vertoonde, maar het lukte mij er wel in om een definitieve grens te stellen. Ik was nog zelden over de grens van 30 km/h boven de maximumsnelheid geweest. Ik weet ook dat overschrijdingen vanaf die snelheid via de officier van justitie gaan en dus wat meer om het lijf hebben. Deze grens heb ik voor mezelf gevoelsmatig helemaal opgeblazen, een soort bangmakerij waar marketingmensen en overheden goed in zijn.

Het hielp! Hoewel ik nog verre van tevreden was over mijn gedrag, bleef ik netjes onder die grens. Hoewel ik op de weg van Nijmegen naar Grave regelmatig 110 km/h aanhield (op de teller, dus in werkelijkheid wat lager), ben ik er geen een keer overheen gegaan.

De afgelopen maanden

Inmiddels is het me echter gelukt om mezelf aan de maximumsnelheid te houden. Ik heb er een combinatie van technische hulpmiddelen en psychologie voor ingezet, maar ik ben heel erg tevreden met het resultaat. Het heeft allemaal te maken met de aanschaf van mijn huidige auto.

Mijn eerste besef was vanaf het begin af aan dat ratio alleen niet gaat helpen. Maar ik had een troefkaart in de strijd tegen deze gewoonte: mijn nieuwe auto heeft een feature die mijn vorige auto niet had; een feature waar ik nog geen gewoonte omheen gebouwd had. Dat bracht mij dus in de positie om de vorming van de gewoonte rond die feature te beïnvloeden. Het gaat om de cruise control.

Waar ik van mezelf weet dat uit mezelf de maximumsnelheid aanhouden wilskracht vereist, was ik nu in staat mijn auto de opdracht te geven een specifieke snelheid aan te houden. En wat er ook voor externe signalen op me af kwamen, die auto zal niet uit zichzelf sneller gaan rijden. Om dit als een effectief middel in te zetten moest ik met mezelf vanaf het begin af aan een afspraak maken: de cruise control gaat nooit boven de maximumsnelheid. Nooit. Het werd een missie, een doel. Het werd een gevoelskwestie, een die verder rijkt dan de ratio.

Dat zegt dus niets over het verbieden van de gewoonte die er al lag. Ik gaf mezelf die toestemming. Klinkt mogelijk tegen-intuïtief, maar het gaf mij onderweg een keuze: ofwel ik geef toe aan de behoefte om sneller te gaan rijden, maar dan moest ik een stukje luiheid opgeven en m’n poot op het pedaal houden, ofwel ik deed niets en liet de cruise control aanstaan. Het gevecht tussen een gewoonte en luiheid. Luiheid wint!

Overigens is het ergens een pijnlijke constatering dat luiheid wint, maar dat is een ander verhaal. Het belangrijkste is dat ik het ongewenste gedrag minder aantrekkelijk heb gemaakt ten opzichte van het gewenste gedrag, met als resultaat dat ik me al twee maanden aan de maximumsnelheid houd. Behalve die ene keer dat ik toch even de auto wilde uitproberen op een verder volledig lege A2, maar dat was zonder cruise control.

Dingen die het niet makkelijk maken

Er zijn een paar dingen die het niet makkelijk maken om jezelf aan de maximumsnelheid te binden. Ten eerste is het een hele overschakeling van veel links rijden en auto’s inhalen naar veel rechts rijden en vooral ingehaald worden. Het geeft een beetje het gevoel van achteruitgang of van ondergeschiktheid.

Die observatie is niet overdreven. Gisteren reed ik de A2 vanaf knp. Holendrecht tot knp. Empel. Tot aan Utrecht staat mijn cruise control netjes op 100 km/h, maar ik word over meerdere stroken heen ingehaald. Vervolgens zijn er wegwerkzaamheden waar een maximumsnelheid van 90 km/h geldt en terwijl ik op de rechterstrook rijdt heb ik geen enkele auto gezien die dezelfde snelheid aanhield als ik.

Voorbij Utrecht is er het stuk waar 130 km/h is toegestaan. Wat heel bizar is, is dat ik ineens met mijn cruise control op 130 km/h op de derde of vierde strook rijdt en bijna iedereen inhaal en vanaf knp. Deil, waar de 120 km/h weer geldt, ik weer ingehaald wordt door anderen. Wel een lekkere snelheid trouwens, die 130 km/h.

Wat me nu verder opvalt is hoe vaak er klevers achter je komen wanneer je met 120 km/h aan het inhalen bent. Dat probleem had ik veel minder toen ik zelf ook harder reed.

Ten slotte heb ik nog een interessante observatie gedaan n.a.v. het rijden met cruise control. Ga bijvoorbeeld op een late maandagavond op de A2 rijden van Utrecht naar Amsterdam. De maximumsnelheid is er 100 km/h en er zijn vijf stroken. Ga vanaf rechts geteld op de tweede strook rijden, dus de strook rechts van het midden. De andere stroken zijn volledig leeg. Er zit een auto achter je, welke door het houden van een constante afstand dus ook 100 km/h rijdt. Ga op een willekeurig moment naar de rechterstrook. Merk nu op dat de automobilist die zojuist achter je reed volledig vanzelf een hogere snelheid aanneemt en je inhaalt. Omdat je zelf, door cruise control, zeker weet dat je een constante 100 km/h aanhoudt kun je hieruit enkel concluderen dat te hard rijden heel onbewust kan gebeuren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s